GR 2018

Column 5: Vóór Muziek & Sport

Sport en muziek zijn onderwerpen die in het politieke debat vaak ondergesneeuwd raken. Het zijn maar randzaken, zeggen we dan. Het zijn dingen die er niet echt toe doen. Het is leuk, maar wel een soort luxeartikel. Toch? Als SGP-jongeren Elburg/Oldebroek hebben we gekozen om muziek en sport als speerpunt in onze campagne op te nemen. Het belang van (onder andere) deze dingen, is groter dan je op het eerste gezicht zou verwachten.

Muziek en sport zijn namelijk vormen van ontspanning. Onze tijd vraagt veel van ons: allemaal kunnen we meepraten over onze vele verplichtingen en deadlines. Onze studies, ons werk, onze familie, allemaal vragen ze en verdienen ze aandacht van ons. Nu hebben we al in een eerdere column gesteld dat we een dag rust in de week nodig hebben om hiervan bij te komen. Maar dat is nog niet genoeg.

Elke dag hebben we namelijk momenten nodig om even lekker iets anders te doen, om ons even af te leiden. Voor veel mensen, en zeker voor jongeren, zijn muziek en sport ideale bezigheden. De speelse uitdaging van de muziek, het lekkere trainen van de sport: we houden er van. Als we kijken naar de tijd die we in totaal in zulke activiteiten steken, blijkt maar weer hoe belangrijk we het vinden om ons op deze manieren lekker te ontspannen.

En daarom hebben we er als SGP-jongeren dus een speerpunt van gemaakt. Wij vinden het ten eerste belangrijk dat mensen kunnen ontspannen. Het leven is immers al druk genoeg. Maar daar komt nog iets bij: de sociale functie die muziek en sport vervullen. De sportclub en de muziekvereniging brengen ons als mensen bij elkaar. Samen die wedstrijd spelen of dat lastige muziekstuk spelen; dat brengt ons niet alleen persoonlijke voldoening, maar ook veel gezelligheid en wederzijdse waardering. We krijgen een kans om op ontspannen wijze met elkaar om te gaan. Om elkaar ook spelenderwijs te leren kennen.

Ontkennen dat muziek en sport in ons dagelijks leven belangrijk zijn, is het paard achter de wagen spannen. Dat veel politici zich er desondanks niet zo veel mee in willen laten, staat op gespannen voet met het leven in de praktijk. Daarom willen we aan het eind van de campagne toch ook dit nog even voor het voetlicht halen: de gemeente moet investeren in muziek en sport, als activiteiten die de sociale verbondenheid versterken en ons drukke hoofd tot rust kunnen brengen.

De boog kan immers niet altijd gespannen zijn.

Robert Braskamp

Column 4: Vóór goede bereikbaarheid

Om maar meteen met de deur in huis te vallen: we moeten het toch ook eens hebben over bereikbaarheid. Namens SGP-jongeren Elburg/Oldebroek heb ik vorig jaar uitvoerig verslag gedaan van de verkiezingsprogramma’s van deelnemende partijen, en daarin valt iets op: verkeer en vervoer speelt eigenlijk nooit een grote rol. Ziet de politiek dan niet het grote belang van dit onderwerp?

Ja en nee. Aan de ene kant is het zo, dat veel vraagstukken met betrekking tot verkeer en vervoer niet in het takenpakket van de landelijke politiek zitten. Veel van deze problemen komen op het bordje van de provincies en gemeenten terecht. Dat zou het gebrek aan aandacht wel kunnen verklaren. Aan de andere kant is het echter ook zo, dat ook binnen die campagnes het belang van dit onderwerp nogal eens miskend wordt. En dat is jammer.

Uiteraard zal iedere partij zeggen dat ze voor goede bereikbaarheid is. Maar wat is goede bereikbaarheid? Betekent dat maar gewoon zo veel mogelijk stukken weg aanleggen zodat we op zo veel mogelijk plekken kunnen autorijden? Zo lijkt het soms wel eens. Maar dat is uiteraard niet wat we als SGP-jongeren willen. Want dat is blind en onverstandig beleid.

Wat willen we dan? Ten eerste dit: we willen geen problemen oplossen die er niet zijn. Ten tweede: we willen wel de problemen oplossen die er wel zijn. We zullen dus eerst de knelpunten in kaart moeten kunnen brengen. Dat kan de gemeente uiteraard niet alleen. Immers, het zijn de mensen die wekelijks of zelfs dagelijks (moeten) reizen die weten waar de problemen zitten. Om er maar enkele te noemen: veel jongeren moeten dagelijks naar school zien te komen, veel volwassenen naar hun werk, en veel winkeleigenaren willen hun winkels bevoorraad hebben.

Uiteraard staan of vallen goede plannen met betrekking tot verkeer, vervoer en bereikbaarheid met het vinden van de juiste balans. Veiligheid, zeker voor kwetsbare verkeersdeelnemers, is daarbij een van de belangrijkste factoren. Ook duurzaamheid en efficiëntie spelen hierbij een rol. Evenwichtigheid is dus een belangrijke eigenschap van de politicus die u en jij de gemeenteraad in gaan stemmen.

Het verkeer is dus een zeer belangrijk onderwerp: het raakt ons allemaal direct. We hebben er allemaal dagelijks mee te maken. Daarom verdient dit onderwerp onze speciale aandacht. Daarom hebben wij het als SGP-jongeren prominent op onze flyer staan. Omdat zaken die ons allemaal op zo’n directe manier raken, het niet verdienen als bijzaak behandeld te worden. En daarom zet de SGP zich de komende vier jaar in voor goede bereikbaarheid!

Robert Braskamp

Column 3: Vóór een dag rust

Jan was alleen in zijn winkelpand in Nederland. Zojuist had hij het bericht gekregen dat zijn gemeente de koopzondag in gaat voeren. In principe zouden winkels nu elke zondag open mogen. In tegenstelling tot de Gamma, zijn grootste concurrent, was hij er niet blij mee. Hij wist dat zijn concurrentiepositie een zware slag zou krijgen: Jan zou vanaf nu nóg minder open kunnen dan de Gamma en moest maar zien hoe hij aan zijn geld kwam. Hij had tenslotte geen personeel… Onnodig te vermelden dat zich boven Jans bedrijf donkere wolken samenpakten.

Bedrijven brengen in een land het geld binnen. Ze zijn dan dus belangrijk voor de economie. Daarom moeten bedrijven van de overheid de ruimte krijgen. Een overvloed aan regels maakt bedrijfsvoering onmogelijk.

Bedrijven zijn echter meer dan een economisch voordeeltje. De belangrijkste functie van een bedrijf is dat het voldoende mogelijkheden biedt om rond te komen. Is dat dan geen economisch voordeeltje? Nee. Waarom willen mensen rond kunnen komen? Als er voldoende geld is, is er ruimte om deel te nemen aan het sociale leven. Dan hoef je niet je vader te helpen op een dorre akker, zoals bijvoorbeeld in Afrika. Dan kunnen er skeelers voor je zusje worden gekocht, zodat ze met de andere kinderen mee kan spelen op straat. Dan kan je vader lid worden van de biljartclub. Is dat voor de lol? Ja, dat is het, en omdat we dergelijke dingen allemaal leuk vinden, zijn het sociale activiteiten.

Bedrijven zijn dus de kurk waarop het sociale leven draait. Tenminste, dat zouden ze moeten zijn. Bij grote bedrijven wil die verbinding nog wel eens los raken. In de top van zo’n bedrijf gaat het dan om de hoeveelheid geld die iemand verdient. De topman richt zich op het kopen van de duurste auto’s. Dat leidt tot sociale concurrentie in plaats van sociale coöperatie. En waarom? Alleen omdat ze zo nodig nóg meer centen moeten hebben. Waar is dan de winst voor de maatschappij? Agur was een wijs man…

Daarentegen zijn kleine bedrijven, zoals familiebedrijven en eenmanszaken, bedrijven die midden in het sociale leven staan. Winst binnen zo’n bedrijf komt voor een groot deel direct ten goede aan het leven van het gezin van de persoon die de eigenaar van het bedrijf is. Dát is waar bedrijven goed voor zijn.

Laten we werknemers en eigenaren van kleine bedrijven beschermen tegen geldzucht en overschatting van het belang van werk. Als we dat nalaten, is er direct schade voor de maatschappij. Is dát misschien een van de redenen dat God de sabbatdag instelde…?

Ardi Pierik

Column 2: Vóór Veiligheid 

Het is nogal een open deur om te stellen dat je veiligheid een belangrijk thema vindt.
Je zult dan ook niet snel een partij vinden die zegt: veiligheid, dat komt later wel,
eerst dit of dat maar eens afhandelen. Zeker in de laatste decennia is het gevoel van
onveiligheid in de maatschappij groter geworden.

Daarbij vooropgesteld dus, dat het om een gevoel van onveiligheid gaat. In absolute
cijfers valt het zelfs met het terrorisme in het huidige millennium wel mee vergeleken
met bijvoorbeeld de jaren zeventig van de twintigste eeuw. Toch is dit gevoel van
toenemende onveiligheid niet geheel onverklaarbaar.

Ten eerste is er natuurlijk de invloed van de media. Die verbinden ons met alle delen
van de wereld, waardoor we ook vrijwel elk conflict dat er in de wereld is
gepresenteerd krijgen. (Dit neemt overigens natuurlijk niet weg dat het ene item
meer aandacht krijgt dan het andere, maar dat is een andere discussie die we hier nu
niet aan willen gaan). Zodoende hebben we dus het idee dat er meer gevaar is
gekomen in de wereld om ons heen, maar feitelijk is het zo dat we meer weten van het
gevaar in de ons omringende wereld.

Een tweede reden heeft alles te maken met de veranderende sociale verbanden. Dit
idee is overigens al enkele eeuwen geleden beschreven. In de negentiende eeuw sprak
men van een toenemend gevoel van ‘vervreemding’ in de maatschappij, door de
urbanisatie die toen een hoge vlucht genomen had. In onze tijd kunnen we dat nog
terugzien: denk bijvoorbeeld aan Jan Terlouws touwtje door de brievenbus. Dat was
vroeger bij ons in het dorp heel gewoon, maar in dezelfde tijd zag je het nooit in de
stad. Dit heeft alles te maken met de verbondenheid die dorpsbewoners onderling
ervaren, waardoor ze op elkaar gaan letten en het voor een onruststoker dus
moeilijker wordt om ongemerkt de boel leeg te roven. In een grote stad, waar een
meer afstandelijke mentaliteit heerst en men amper zijn buren kent, is dat al een stuk
makkelijker. Ik spreek hier natuurlijk in generalisaties, maar het punt moge
niettemin duidelijk zijn.

Maar bij dit laatste punt hoeven we ons natuurlijk niet neer te leggen. We zien de
goede initiatieven in onze tijd al ontstaan: door gebruik te maken van bijvoorbeeld
whatsapp wordt de betrokkenheid op de veiligheid in de buurt weer opgepakt. Ook
het toenemende contact tussen buurgroepen en de wijkagent is hier een voorbeeld
van. Dit is uiteraard ook een gevolg van het feit dat we enkele jaren geleden ineens
‘ontdekten’ in een zogenaamde participatiesamenleving te leven. Die participatie
moet echter nog wel van de grond komen, maar mocht het eenmaal zo ver zijn zult u
zien dat het gevoel van veiligheid weer toeneemt. Of dat ooit werkelijkheid wordt,
blijft natuurlijk een groot vraagteken.

Toch zou het wat mij betreft het proberen waard zijn. In hoeverre dat onze veiligheid
werkelijk gaat vergroten, is natuurlijk de vraag. Maar wat mij betreft gaan we de
uitdaging aan. Voor onze veiligheid.

Robert Braskamp

Column 1 –  Vóór Jongeren, transparantie

‘Doorzichtig hoor!’ Je broertje heeft weer eens een trucje uitgehaald dat al te duidelijk te doorzien was. Hij is jonger, minder geslepen. Hij zal kwade ideeën niet goed kunnen verbergen. Een veilig gevoel.

In Nederland zijn we gehecht aan aan zulke openheid. We weten graag waarmee en met wie we bezig zijn. We trappen er niet in, die collecte voor de ‘kanariepietjes die niet kunnen fluiten’. Voor de zak van de collectant, zul je bedoelen.

Minder duidelijk ligt het in de digitale wereld. Het vergt iets meer inspanning om te kijken of de e-mail van de bank werkelijk door de bank is gestuurd. Als blijkt dat je geld weg is, voel je je genomen. Het maakt je wantrouwig. Voortaan zal dat niet meer gebeuren.

Bij een overheid werkt het precies zo. Als zij nauwelijks reageert op de bewijzen dat de gaswinning omlaag moet, worden de Groningers grimmig. Ex-minister Kamp zal het de rest van zijn leven weten. De ultieme doodsteek voor hem kwam vorige week: de hoeveelheid geëxporteerd gas was onnodig groot. Ik wed dat Kamp, als hij zich ooit nog in Groningen durft te vertonen, wordt opgesloten in een door scheuren ontzet huis te Loppersum. Er hangt vast ook een gaslucht.

De overheid en al haar werknemers kunnen zich zo’n grap niet veroorloven, zelfs niet als die werknemer Mr. Gas is en Henk Kamp heet. Behalve, natuurlijk, als hij wil dat de overheid voortaan dezelfde behandeling krijgt als de kanariepietjes. Transparantie is voor overheden van levensbelang.

Transparantie zorgt ervoor dat uitgelegd kan worden waarom de gaskraan niet in één keer helemaal dicht kan (je weet wel, die exportcontracten). Transparantie op lokaal niveau maakt duidelijk waarom net die rij mooie bomen aan de overkant moest wijken voor de bebouwing. Transparantie is informatie geven over de reden dat de af en toe nutteloos schijnende wegwerkzaamheden plaatsvinden. Transparantie is uiteraard ook de financiën van de gemeente makkelijk toegankelijk op internet plaatsen.

Stel je voor dat we de verzenders van de nep-bankmails democratisch zouden kiezen. Inderdaad, de dwaasheid gekroond. Het maakt weinig uit of je door de kat of de hond gebeten of opgelicht wordt. De politieke versie hiervan luidt: ‘Het is allemaal één grote poppenkast.’ Een democratisch gekozen lokale overheid moet een goede vertrouwensrelatie met haar burgers hebben. De overheid moet er voor de burgers zijn en dat kan alleen als de overheid voldoende vertrouwen heeft. De informatie komt anders niet over.

Gelukkig zijn er organisaties in het land die dit begrijpen (zoals SGP-jongeren). Nederlanders zijn gehecht aan openheid, jij bent gehecht aan het doorzien van je broertje en de SGP is gehecht aan transparante politiek. Moge de geest van Mr. Gas snel uit de politiek verdwenen zijn.

Ardi Pierik